Stel cookie voorkeur in

Protocol gevaarlijke voorwerpen

Stappenplan bij gevaarlijke voorwerpen op school.
(Klik hier s.v.p. voor de printversie)
 
Stappenplan bij het in bezit hebben van of bedreigen met voorwerpen waarmee zowel fysieke als psychische schade aan derden kan worden aangebracht.
N.B. voorbeelden van gevaarlijke voorwerpen zijn zakmessen, huishoudmessen, steekvoorwerpen, als ook stanleymessen, afbreekmesjes, klei-/ en linoleummesjes en schroevendraaiers en alle andere voorwerpen waarmee letsel toegebracht kan worden. Dit laatste ter beoordeling van de aanwezige leerkracht.
 
Doel
Dit stappenplan bij gevaarlijke voorwerpen op school is bedoeld voor ouders en leerkrachten die gericht
Verder zorgt dit beleid ervoor dat er ruimte wordt gemaakt om respect, warmte en rust te realiseren, welke ook uitgangspunten zijn van de Giraf.
Verder uitgangspunt is dat het een schoolafspraak is dat leerlingen géén gevaarlijke voorwerpen mee naar school nemen. Niet in hun kleding of schooltas dragen of in de klas bewaren.
preventief en curatief willen handelen als het gaat om het in bezit hebben of gebruik maken van gevaarlijke voorwerpen op school. Het uitgangspunt van het beleid is dat het een veilige plek voor het kind creëert waarin deze zichzelf kan zijn en zich goed kan ontwikkelen, en dat binnen basisschool de Giraf.
 
Bij het in bezit hebben van een gevaarlijk voorwerp.
Wanneer een leerkracht constateert dat een leerling in het bezit is van een gevaarlijk voorwerp, dat niet voor een lesdoel gebruikt moet worden, neemt de leerkracht dit onmiddellijk in, en het bergt dit op een veilige plaats op in de klas dan wel op een andere veilige plek binnen de school.
Aan het einde van de schooldag brengt de leerkracht de ouders op de hoogte en nodigt één van de ouders uit het voorwerp op school te komen ophalen.
Voor schade aan het voorwerp, in welke zin dan ook, is school niet verantwoordelijk.
Van dit voorval maakt de leerkracht een aantekening in de digitale leerling administratie.
 
Bij het bedreigen met een gevaarlijk voorwerp.
Wanneer een leerling * één of meerdere personen in of in de nabijheid van school met een gevaarlijk voorwerp bedreigt, sommeert de leerkracht, die dit waarneemt, dit voorwerp ogenblikkelijk aan hem/haar af te geven. Weigert de leerling dit, zorgt de leerkracht ervoor dat de leerling geïsoleerd wordt en vraagt hulp van een collega. Zo nodig wordt op dat moment politiehulp gevraagd.
De leerkracht bergt het voorwerp op, op een veilige plaats in de klas dan wel op een andere veilige plek binnen de school.De groepsleerkracht gaat, zo spoedig mogelijk, een informerend en corrigerend gesprek met de dader aan en kondigt een passende sanctie aan. Tevens voert de groepsleerkracht een opvanggesprek met de betrokken leerlingen, zo nodig met zijn/haar hele leergroep.
De groepsleerkracht brengt de directeur op de hoogte van het voorval. Bij zijn afwezigheid wordt de adjunct-directeur dan wel de plaatsvervangend directeur op de hoogte gebracht. Deze draagt er zorg voor dat de directeur zo spoedig mogelijk van het gebeurde op de hoogte wordt gebracht.
* = dit kunnen ook meerdere leerlingen zijn waarvoor dan hetzelfde stappenplan geldt.
Zo spoedig mogelijk, echter uiterlijk aan het einde van de schooldag brengt de groepsleerkracht de ouders van zowel de dader als ook van de overige betrokken leerlingen op de hoogte.
De directeur neemt aansluitend contact op met de wijkagent. Dit contact met de wijkagent kan leiden tot:
- een advies van de wijkagent en verdere afhandeling door school.
- een gesprek op school van de wijkagent met ouders en schooldirecteur.
- een melding aan de wijkagent waarna vervolgstappen door politie ondernomen worden, waaronder contact met de ouders van de dader.
- het al dan niet informeren van de ouders van alle overige leerlingen.
De directeur brengt de ouders van de betrokken leerlingen op de hoogte van de vervolgstappen.
Indien noodzakelijk kan de directeur de betrokken leerkracht(en) "verwerkingshulp" aanbieden.
Na afhandeling van de sanctie zal de leerling het onderwijs op school weer kunnen vervolgen. Bij herhaling kan schorsing en vervolgens verwijdering van school volgen. Hiertoe zal dan de procedure schorsing en verwijdering van de Sophia stichting gevolgd worden.
N.B. Constatering door derden:
Indien derden, zoals ouders, stagiair(e)s en vrijwilligers op school constateren dat een leerling een gevaarlijk voorwerp bij zich heeft, of iemand met een gevaarlijk voorwerp bedreigt, meldt hij/zij dat direct aan de groepsleerkracht bij wie deze leerling in de klas zit, dan wel een andere leerkracht of de directeur. De betrokken groepsleerkracht handelt dan in de lijn van dit stappenplan.
Maart 2013

Klik hier svp voor de printversie